LuchtvaarttechnicusWerkzaamheden.

Als luchtvaarttechnicus pleeg je zelfstandig onderhoud aan vliegtuigen. Soms kun je dit werk helemaal zelf indelen, een andere keer ben je gebonden aan vastomlijnde taken. Dat is afhankelijk van de grootte van de organisatie waar je werkt. Ben je bijvoorbeeld in dienst van de KLM, dan zijn je taken gedetailleerd vastgelegd. Maar ben je de enige grondwerktuigkundige in dienst van een vliegclub, dan heb je een grote mate van vrijheid om je werk in te delen en uit te voeren. Wel moet je je houden aan zeer gedetailleerde voorschriften in technische handboeken (zogenaamde manuals), waarin precies staat hoe je je werk moet uitvoeren. Je kunt in dit beroep twee verschillende richtingen op. In beide gevallen draag je een zware verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van je werk en moet je tekenen voor de luchtwaardigheid van het vliegtuig.

Ben je grondwerktuigkundige-mechanisch (GWK-M), dan onderhoud je de constructiedelen, de motoren en de hydraulische systemen van vliegtuigen, zoals landingsgestel, kleppen en roeren. Je geeft daarbij leiding aan ongeveer 25 monteurs. Als grondwerktuigkundige-avionica (GWK-A) onderhoud je de elektrische installaties, de radarinstallaties en alle communicatie- en vluchtgeleidingssystemen van het vliegtuig. Je geeft daarbij leiding aan ongeveer vijf monteurs. Bij je werk gebruik je normaal handgereedschap zoals schroevendraaiers en sleutels, maar ook elektrisch gereedschap en geavanceerde en gespecialiseerde testbanken waarop je onderdelen van het vliegtuig uit elkaar haalt. Dan inspecteer je het onderdeel, eventueel repareer of vervang je onderdelen en je test grondig of het onderdeel het weer naar behoren doet. Al het gereedschap waar je mee werkt is vonkvrij, omdat je in een brandgevaarlijke omgeving werkt. Altijd ben jij degene die controleert of je monteurs en jijzelf het werk goed hebben gedaan. De enige instantie die jouw werk verder kan controleren is de Rijksluchtvaartdienst.

Capaciteiten.
Je moet veel in technische handboeken lezen, die meestal in het Engels zijn geschreven, dus je moet deze taal goed beheersen. Om de technische tekeningen in deze boeken te kunnen lezen, moet je je in gedachten goed kunnen voorstellen hoe de onderdelen er in het echt uitzien. Zowel schriftelijk als mondeling moet je je duidelijk kunnen uitdrukken, omdat je onderhoudsverklaringen schrijft en meteen na de landing met de piloot overlegt of en zo ja wat voor problemen er zijn. Als je op een groot vliegveld werkt, zal het vaak voorkomen dat er spoedgevallen tussendoor komen. Je moet dan snel kunnen omschakelen. Natuurlijk is het heel belangrijk dat je je werk heel zorgvuldig doet: als jij een leiding verkeerd aansluit, kunnen de gevolgen rampzalig zijn. Verder zijn samenwerken en leiding geven zaken die je goed af moeten gaan; je geeft instructies en je verdeelt en controleert het werk. Je moet je verder redelijk goed kunnen bewegen, omdat je bij slecht bereikbare plaatsen moet kunnen waar je je in moet wringen. Er wordt veel gebruik gemaakt van kleurencodes; je mag dus niet kleurenblind zijn. Als je als grondwerktuigkundige wordt uitgezonden naar een buitenlandse standplaats, dan heb je behalve met collega's ook veel te maken met de andere functionarissen ter plaatse, bijvoorbeeld van een 'rijksluchtvaartdienst' van dat land. Met al deze mensen moet je goed kunnen omgaan.

Werkomstandigheden.
Als grondwerktuigkundige werk je op een vaste werkplek, zowel in de hangar als buiten op het vliegveld. Ben je als grondwerktuigkundige in dienst van een grote maatschappij, dan heb je vaak te maken met ploegendiensten. Je hoeft niet te reizen, behalve in het geval dat je uitgezonden wordt. In dat geval ben je langere tijd van huis, zodat je geen last moet hebben van heimwee. Vaak sta je in gebogen houdingen in een te kleine ruimte en je moet ook vaak hurkend een onderdeel onderhouden. Rugklachten zijn dan ook een bekend beroepseuvel. In de hangar is vaak veel lawaai van de aggregaten van zogenaamde powerwagens en buiten vanwege het proefdraaien met motoren. Je moet dus vaak oorbeschermers dragen. Ook gebruik je beschermingsmiddelen tegen kerosine en hydraulische vloeistoffen. Je moet verder vaak onder tijdsdruk werken, terwijl je concentratie daarbij nooit mag verslappen. Dat moet je dus wel op kunnen brengen.

Opleidingen:

Eerste monteur elektrische vliegtuiginstallaties (Vakopleiding).

Luchtvaarttechnologie (HBO).

Middenkaderfunctionaris vliegtuigelektronicatechniek (Middenkaderopleiding).

Vliegtuigonderhoudstechnicus avionica (Middenkaderopleiding).

Arbeidsmarkt.
Het beroep luchtvaarttechnicus behoort tot de beroepsgroep Middelbare werktuigbouwkundige beroepen e.d..
De arbeidsmarktsituatie voor deze beroepsgroep nu en in de toekomst:

In het dagelijks leven gebruiken we direct of indirect heel veel machines. Denk maar aan auto's en bromfietsen. Aan een auto zitten veel onderdelen die stuk kunnen gaan. Hiervoor kun je bij een garage terecht en als je schade hebt opgelopen ga je naar een schadeherstelbedrijf. Dagelijks gebruiken we ook treinen en liften. Om een trein op de rails te houden moet deze goed onderhouden worden. Grotere machines vind je in fabrieken en in elektrische centrales zie je grote turbines. Al deze machines zijn ingewikkelde apparaten die zorgvuldig afgesteld, onderhouden en gerepareerd moeten worden. De bedrijven in de machinebouw en de transportmiddelenindustrie krijgen de laatste jaren echter steeds meer concurrentie en moeten vaak bezuinigen op de loonkosten.

Van de werkenden in de Middelbare werktuigbouwkundige beroepen zijn er op dit moment, vergeleken met andere beroepen, maar heel weinig vrouwen. Het is niet bekend of dit aandeel de afgelopen jaren is gedaald of gestegen. In deze beroepsgroep werken redelijk wat allochtonen. Dit aandeel is de laatste jaren kleiner geworden. Als je kijkt naar de leeftijdsopbouw van de mensen die nu in deze beroepen werken, dan is 28% jonger dan 30 jaar en 15% 50 jaar of ouder. Vergeleken met andere beroepen is dit een redelijk percentage jongeren en ouderen. Het aandeel jongeren is de afgelopen jaren wel kleiner geworden terwijl het aandeel ouderen juist groter is geworden. In deze beroepen werken mensen uit een groot aantal opleidingen. De meeste zijn afkomstig van de opleiding MBO/LLW motorvoertuigentechniek en dat was de laatste jaren ook al zo. De overige werkenden zijn afkomstig uit diverse andere opleidingstypen. Denk hierbij aan MBO/LLW werktuigbouw en mechanische techniek, MBO/LLW elektrotechniek, VBO mechanische techniek en VBO motorvoertuigentechniek.

De werkenden in de Middelbare werktuigbouwkundige beroepen tref je in een zeer groot aantal bedrijfssectoren aan. Ongeveer 21% werkt in de sector reparatie. Bijna 11% werkt in de machine-industrie en ook bijna 11% is actief in de handel. In de sector weg- en railvervoer werkt nog ongeveer 7% en in de bouw inmiddels 6%. Je hebt dus heel veel mogelijkheden om uit te wijken naar andere branches en bent voor het vinden van een baan in deze beroepsgroep niet afhankelijk van de ontwikkelingen in n bepaalde sector. Het aantal werkenden hangt redelijk samen met de schommelingen in de economie.

Van de werkenden in de Middelbare werktuigbouwkundige beroepen is 7% eigen baas. Dit is, in vergelijking met andere beroepen, redelijk. Het aandeel zelfstandigen is de laatste jaren wel gestegen. In deze beroepsgroep werkt een normaal aandeel mensen in loondienst. Van deze werknemers heeft 4%, naar verhouding een klein aandeel, een tijdelijk contract voor minder dan een jaar of een contract waarin het aantal uren per week niet is vastgelegd. Dit aandeel uitzend-, oproep- en invalkrachten is de laatste jaren wel sterk gestegen. Je treft in deze beroepen veel werknemers aan met een vast contract of met een tijdelijk contract voor een jaar of meer. Van alle werkenden in de Middelbare werktuigbouwkundige beroepen zijn er erg weinig die minder dan 32 uur per week werken en zeer veel die voltijd werken. Het aandeel deeltijdwerkers is de laatste jaren niet veranderd.

Je kunt verwachten dat het werk voor mensen in deze beroepen toe zal nemen, want er komen in de nabije toekomst redelijk wat nieuwe banen bij. Aangezien er slechts een klein aantal mensen stopt met werken vanwege hun pensioen of arbeidsongeschiktheid f van beroep verandert, komen er naar verwachting maar weinig bestaande banen vrij. Als je het optelt, dan zijn er in de komende jaren naar verwachting toch redelijk wat nieuwe middelbare werktuigbouwkundigen nodig.

Bron: www.werk.net